Langetermijnsparen is een levensverzekering (tak 21 of tak 23) waarmee je gedurende lange tijd premies stort en in ruil fiscaal voordeel krijgt op je personenbelasting, tot je met pensioen gaat. Het is een van de twee grote fiscale spaarformules in België, naast pensioensparen. Hieronder lees je hoe het fiscale voordeel werkt, voor wie het interessant is, hoe langetermijnsparen verschilt van pensioensparen en hoe je inschat of het opgebouwde kapitaal voldoende is voor je pensioen.
Bekijk alle spaarformulesHoeveel mag je fiscaal inbrengen voor langetermijnsparen?
Voor langetermijnsparen geldt een jaarlijks fiscaal aftrekbaar maximumbedrag, dat de overheid periodiek aanpast; hoeveel belastingvoordeel je krijgt, hangt af van hoeveel premie je binnen dat maximum stort en van je eerder gestorte kapitalen (hypotheeksaldo telt soms mee in de berekening). De actuele grens en het exacte belastingvoordeel vind je bij Wikifin, het officiële financiële-voorlichtingsplatform van de FSMA. Stort je meer dan het fiscale maximum, dan krijg je over dat extra bedrag geen belastingvermindering, al blijft het kapitaal wel verder opbrengen volgens je contract.
Op de uitkering zelf, meestal rond je 60e verjaardag, wordt een eindbelasting ingehouden; die wordt berekend op het opgebouwde kapitaal en is dus geen vaste jaarlijkse kost. Vraag de concrete voorwaarden van jouw contract na bij je verzekeraar, want de eindbelasting en de leeftijd waarop ze valt, verschillen per polis.
Wat gebeurt er met het fiscaal voordeel bij voortijdig stopzetten?
Stop je vroegtijdig met langetermijnsparen of neem je het kapitaal eerder op dan voorzien, dan kan de fiscus een deel van het eerder genoten belastingvoordeel terugvorderen; dat heet een fiscale sanctie. De precieze regels en uitzonderingen (bijvoorbeeld bij overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid) vind je terug bij je verzekeraar of bij Wikifin. Denk dus na over de looptijd voor je een contract afsluit.
Voor wie is langetermijnsparen interessant?
Langetermijnsparen is interessant voor wie al een stabiel inkomen heeft, fiscaal voordeel wil combineren met een langetermijndoel (het pensioen) en geen probleem heeft met een langere looptijd zonder vrije toegang tot het kapitaal. Het is minder geschikt als je het geld op korte termijn nodig kunt hebben: een gewone spaarrekening of beleggingsrekening blijft dan flexibeler, al levert die doorgaans geen vergelijkbaar fiscaal voordeel op. Wie nog een hypothecaire lening afbetaalt, laat zich best eerst adviseren of een schuldsaldoverzekering of een losse levensverzekering voor langetermijnsparen beter past bij zijn situatie.
Langetermijnsparen of pensioensparen: wat is het verschil?
Langetermijnsparen en pensioensparen zijn twee aparte fiscale spaarformules met elk hun eigen jaarlijkse aftrekbare grens: je kunt in principe van beide gebruikmaken in hetzelfde jaar. Pensioensparen kan via een pensioenspaarrekening (bank) of een pensioenspaarverzekering en is specifiek bedoeld als aanvullend pensioen; langetermijnsparen loopt altijd via een levensverzekering (tak 21 of tak 23) en wordt vaak gekoppeld aan een schuldsaldoverzekering of los afgesloten. Het fiscale voordeel verschilt ook qua percentage en plafond tussen beide formules, en die cijfers wijzigen van tijd tot tijd: vergelijk de actuele voorwaarden bij je verzekeraar of bank voor je kiest. Geen enkele verzekeraar of bank biedt structureel het voordeligste contract, de voorwaarden verschillen per aanbieder.
Kun je langetermijnsparen en pensioensparen combineren?
Ja, langetermijnsparen en pensioensparen sluiten elkaar niet uit: je kunt beide tegelijk opbouwen, elk binnen hun eigen fiscaal plafond. Veel mensen combineren ze net om het volledige fiscale voordeel van beide formules te benutten.
Langetermijnsparen met een tak23-verzekering koppelt je premie aan beleggingsfondsen, met een ander risicoprofiel dan tak 21. Vergelijk de beleggingsmogelijkheden voor je kiest.
Vergelijk beleggenHoeveel pensioenkapitaal heb je nodig?
Er bestaat geen vast bedrag dat voor iedereen volstaat: of een pensioenkapitaal genoeg is, hangt af van je gewenste levensstandaard, je wettelijk pensioen, ander spaargeld of vastgoed, en hoe lang je nog leeft na je pensioen. Langetermijnsparen bouwt daarbij een extra kapitaal op naast je wettelijk pensioen en eventueel pensioensparen, maar vervangt geen van beide; hoe meer van die bronnen je combineert, hoe meer buffer je opbouwt tegen een tegenvallend wettelijk pensioen.
Is een pensioenkapitaal van 500.000 euro genoeg?
Of 500.000 euro genoeg pensioenkapitaal is, is niet in het algemeen te zeggen: dat bedrag kan voor de ene gepensioneerde ruim voldoende zijn en voor de andere te krap, afhankelijk van zijn uitgavenpatroon, zijn wettelijk pensioen, of hij nog een woonkrediet afbetaalt en hoeveel jaar hij er nog moet van leven. Iemand die schuldenvrij woont en bescheiden leeft, komt met minder kapitaal toe dan iemand met hogere vaste kosten of een langere verwachte pensioenduur. Reken daarom met je eigen verwachte uitgaven en inkomsten, eerder dan met een algemeen richtbedrag dat voor niemand specifiek klopt.
Wil je inschatten hoeveel extra pensioenkapitaal je via langetermijnsparen of andere formules nodig hebt, dan vertrek je best van je verwachte uitgaven na pensionering, je verwachte wettelijk pensioen en het kapitaal dat je al via andere formules (pensioensparen, vastgoed, ander spaargeld) opbouwt. Een financieel planner of je bank kan die oefening concreet voor jouw situatie maken.
Vergelijk spaarformules voor je pensioen